Waar staan we zes maanden na de klimaattop?

Sustainable Development Goal(s): 7. Affordable and clean energy9. Innovation and infrastructure13. Climate action

Priorities for change:
Waar staan we zes maanden na de klimaattop?

De klimaattop van Parijs (COP21) leverde in november 2015 een ambitieus klimaatakkoord op. The Shift, gesteund door 120 Belgische bedrijven, NGO's en academische instellingen, drong daar in de loop van vorig jaar bij de Belgische onderhandelaars op aan via een open brief. De ondertekenaars verbonden er zich ook toe hun eigen uitstoot te verminderen. Tijdens de opvolgmeeting “The Road to Brussels” op 18 mei, maakten we samen met een 40-tal van hen een balans op en reikten we via 4 workshops tools aan die bedrijven kunnen helpen bij het verminderen van hun broeikasgasuitstoot.

2016.06_Road2Brussels_Report NL.pdf
| 586kb
Downloaden

Het klimaatakkoord van Parijs mag historisch genoemd worden. Niet alleen omdat 188 landen zich engageren, ook omdat de temperatuur op aarde tegen 2100 met maximum 2 graden Celsius mag stijgen, en liefst maar met anderhalve graad. Dat kan door onze globale economie versneld koolstofarm te maken, gevoed door hernieuwbare energie. Maar de reductie van broeikasgassen moet versneld worden, zodat tegen 2050 een globale vermindering tussen 40 en 70 procent (ten opzichte van 2010) bereikt kan worden. En de weg moet vrijgemaakt worden voor een integratie van de berekening van de koolstofprijs in alle producten.

Het is de deelnemers van onze coalitie voor het klimaat alvast menens: steeds meer bedrijven zetten stappen om de ecologische- en koolstofvoetafdruk te beperken: minder broeikasgassen uitstoten en het energieverbruik doen dalen. Als ondernemers dat kunnen, dan kan het grote publiek dat ook.

Van fossiel naar hernieuwbaar via een circulaire benadering

“We evolueren van een samenleving gebaseerd op fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen, vanuit een circulaire benadering”, zegt ook Jonathan Lambregs, beleidsmedewerker klimaat van de Bond Beter Leefmilieu. “Naar een 0-uitstoot gaan tegen 2050 zal voor sommige sectoren makkelijker gaan dan anderen. In de landbouw of voedingssector bijvoorbeeld zullen technologische evoluties niet volstaan, daar zal bijvoorbeeld ook op gedrag ingezet moeten worden. En om de 0-doelstelling te bereiken, is er minstens een verviervoudiging van de huidige Belgische reductie nodig", onderstreept Jonathan Lambregs. Om Vlaanderen en België te helpen bij een disruptief klimaatbeleid, ontwikkelde BBL trouwens 21 beleidsopties.

Maar niet alleen in Vlaanderen, ook in Wallonië moet een meer ambitieuze klimaatpolitiek gevoerd worden, zegt Christophe Schoune, secretaris-generaal van de Fédération Inter-Environnement Wallonie. Na Vlaanderen wordt dit najaar ook over de taalgrens een klimaattop gehouden. Maar het klimaat is niet alleen een zaak van politici. “Het is belangrijk dat het bedrijfsleven engagement toont”, benadrukte Schoune. Hij pleitte ook voor meer samenwerking tussen de beroepsfederaties en voor meer consistentie tussen het engagement van hun leden en dat van de sectoren zelf.

Bedrijven laten niet alleen hun stem horen in de transitie-arena, leden van The Shift ondernemen ook concrete acties om hun broeikasgasuitstoot te verminderen. Hieronder vindt u 4 pistes die wij ook voorlegden tijdens de workshops op 18 mei.

1. Inspanningen rond klimaatreductie in lijn brengen met wetenschappelijke doelen

De sleutel daarvoor ligt bij de aanpak van het “Science Based Targets Initiative” (SBT), een kader voor het ontwikkelen van klimaatdoelstellingen dat WWF, United Nations Global Compact (UNGC), World Resources Institute en Carbon Disclosure Project (CDP) samen uitwerkten. SBT zorgt er dus niet alleen voor dat inspanningen van bedrijven correct gekwantificeerd worden, maar brengt ze in lijn met hetgeen de wetenschap ons voorschrijft om de klimaatopwarming onder de 2°C te houden. “Momenteel zijn al 160 grote, internationale bedrijven met SBT bezig”, zegt Olivier Beys van WWF. “Om de ambitieuze doelstelling van het klimaatakkoord in Parijs te halen, moet de privé-sector transformatieve bedrijfsmodellen ontwikkelen die verder gaan dan louter efficiëntieverbeteringen. Een SBT levert bedrijven een objectief referentiepunt dat hen de juiste richting aangeeft, en ook de nodige buy-in creëert binnen het bedrijf om innovatie te stimuleren richting lage koolstoftechnieken en processen.”

Concreet zijn een reeks methodieken ontwikkeld om de doelstelling vorm te geven. Beys: “Afhankelijk van de context waarin het bedrijf zich bevindt, kan het vervolgens voor deze of gene methode kiezen. Het project is vrij toegankelijk en elk bedrijf kan autonoom de voorziene methodieken toepassen. Toch kan een consultant helpen om na te gaan hoe een SBT het best in de praktijk wordt gebracht.” Van zodra een bedrijf zich engageert om een SBT aan te nemen, krijgt het tot twee jaar tijd om de effectieve doelstelling uit te werken. Het engagement wordt voor minstens vijf jaar genomen, maar bedrijven worden aangemoedigd om langetermijndoelen (bijvoorbeeld tot 2030 en 2050) vast te leggen. “Het is een realiteit dat voor een aantal bedrijven 2050 heel ver ligt, maar anderzijds vormt een SBT een opportuniteit om te anticiperen hoe de economie en de maatschappij van de toekomst eruit zien. Bedrijven worden aldus voorlopers – met alle voordelen die daarbij horen” besluit Beys.

Thalys stapte eind vorig jaar, als eerste Europees bedrijf en eerste spoorbedrijf wereldwijd, in het SBT-programma. “Onze CEO was zeer betrokken en zag het als een business-opportuniteit”, zegt Dorothéé Bernier (Thalys International) “Soms dachten we dat het onmogelijk was, maar we zochten en vonden oplossingen.” Tegen 2020 zal het spoorbedrijf haar CO2-uitstoot met 40 procent verminderd hebben, gekoppeld aan groeicijfers. Ondertussen werken ook Alpro, Proximus en BNP Paribas aan een SBT.

2. Bedrijven kunnen de kost van CO2 berekenen

De CO2-markt kent twee belangrijke prijsmechanismen. Het “Cap & Trade” systeem (onder meer in de Europese Unie) legt landen en bedrijven een maximumuitstoot broeikasgassen op, een veiling zorgt ervoor dat emissierechten onderling verhandeld kunnen worden. Een ander mechanisme is een belasting op basis van de (theoretische) uitstoot van CO2 of broeikasgassen. Die bestaat in diverse landen (waaronder Canada, Ierland, Japan of China), maar nog niet in België. Toch bereiden bedrijven zich steeds meer voor op het moment dat koolstofkosten in rekening gebracht zullen worden. Zo houdt Solvay sinds begin dit jaar een interne CO2-prijs van 25 euro per ton aan bij het nemen van investeringsbeslissingen. Daarbovenop wil de groep tegen 2025 de CO2-impact van haar activiteiten (per euro toegevoegde waarde) met 40 procent terugschroeven.

Maar hoe bepaal je die prijs? Antoine Geerinckx van Naturalogic, een consultantancybureau dat een prijs zet op natuurlijk kapitaal, wijst erop dat er wel 300 studies zijn die dat proberen te doen. Maar er zijn drie grote benaderingen: naast het volgen van de marktprijs, kan ook berekend worden wat de kost is om de uitstoot te verminderen of wat de sociale kost is die de uitstoot veroorzaakt. Aan de hand van verschillende acties, zetten onder meer ook Spadel, Beyers Koffie, bpost, Delta Lloyd Life, Telenet of Martin's Hotels al op één of andere manier een prijs op hun koolstofuitstoot.

3. De grootste bedrijven gaan voor 100% groene elektriciteit

Al van RE100 gehoord? Wereldwijd engageren 65 grote invloedrijke bedrijven, waaronder Ikea, Nestlé, ING en Microsoft, zich om 100 procent groene elektriciteit te gebruiken. Dat doen ze via leveranciers of door de eigen productie van groene stroom. In het netwerk wisselen de deelnemende bedrijven business cases uit, zoeken ze samen met derden oplossingen om barrières te overwinnen en ontwikkelen ze een transparant rapportagesysteem. De private sector neemt wereldwijd de helft van de elektriciteitsconsumptie voor haar rekening. Als hun vraag naar hernieuwbare energie stijgt, dan transformeert de energiemarkt sneller, net als de omschakeling naar een koolstofarme economie. RE100 is ontwikkeld door The Climate Group, samen met CDP, als onderdeel van de “We Mean Business Coalition”.

4. Ook kleine en middelgrote ondernemingen springen op de klimaatkar

De eigen inspanningen in lijn brengen met wetenschappelijke doelen of de koolstofprijs berekenen, lijkt op het eerste zicht vooral interessant voor grotere ondernemingen die daar de middelen voor hebben. In het Belgische bedrijfslandschap vinden we echter ook veel kleine en middelgrote ondernemingen. Deze KMO’s in het klimaatdossier betrekken, is een cruciale uitdaging. Deelnemers aan onze workshop hierrond suggereerden dan ook dat de KMO-pioniers prominenter betrokken zouden kunnen worden in het vervolgtraject rond CO2-reductie dat The Shift samen met enkele partners aan het uitwerken is. Meer info hierover vindt u binnenkort ook terug op onze website.

Heeft u nog vragen of suggesties rond deze meeting of wilt u graag alsnog aansluiten bij onze coalitie voor het klimaat? Neem dan gerust contact op met onze program manager Lara Piret.

2016.06_Road2Brussels_The Shift Introduction.pdf
| 2.2mb
Downloaden
2016.06_Road2Brussels_Bond Beter Leefmilieu - J. Lambregs.pdf
| 1.4mb
Downloaden
2016.06_Road2Brussels_Inter Environnement Wallonie - C. Schoune.pdf
| 3mb
Downloaden
2016.06_Road2Brussels_Science-based targets workshop - methodology.pdf
| 1.7mb
Downloaden
2016.06_Road2Brussels_Science-based targets workshop.pdf
| 1.4mb
Downloaden
2016.06_Road2Brussels_SMEs workshop.pdf
| 702.7kb
Downloaden
2016.06_Road2Brussels_Spadel CO2 neutral - P. Jobbé.pdf
| 3.7mb
Downloaden